Column: Beperk de vrijheid! 2

Column: Beperk de vrijheid!

Naar aanleiding van een themamaand over de vrijheid, schreef ik deze filosofische column, die ik voorlas bij de Popupkerk. De Popupkerk is een community van creatieve wereldverbeteraars.

We hadden het over vrijheid deze maand (mei 2019). Daarom aten we een vrijheidsmaaltijd met alle religies in de buurt. We zetten waxinelichtjes op glazen in plaats van erin om te vieren dat we in vrijheid uit hokjes zijn gestapt. En we tekenden al Dragon Dreamend mislukte vliegers om te ontdekken waar we eigenlijk zitten in ons eigen proces van bevrijding.

Maar terwijl we dat allemaal deden, draaide ondertussen om ons heen de wereld door: er waren verkiezingen; vier en vijf mei; gisteren plofte een Flow op onze deurmat; en eerder deze week waren er nog de klimaatdemonstraties waarmee jongeren zich probeerden te bevrijden van de erfenis die oudere generaties aan hen nalaten.

Vrijheid dus. Vrijheid is hét ideaal van deze tijd. Wie vrij is, is gelukkig. En in al die vrijheid, stop ik even met dromen over wat vrijheid zou kunnen zijn en begin ik in het hier en nu. Want werkt de droom wel, of hebben we iets anders nodig?

Het zelf

Gisteren kwam dus bij ons de Flow binnen. Daarin een interview met de Zweedse onderzoeker Carl Cederström (Flow 4 – 2019, 50-53) over geluk, zelfontplooiing en vrijheid. Hij noemt geluk een fantasie. De lading van geluk verschilt volgens hem van tijd tot tijd. En in onze tijd is dat het zoeken naar zelfontplooiing en vrijheid. Het gaat erom jezelf zoveel mogelijk te onderscheiden, je als merk te presenteren en ervoor te zorgen dat je beter bent dan anderen. En daarvoor is nodig dat je echt en authentiek bent, dat je geniet van het leven, dat je productief bent en ook nog onafhankelijk van anderen. Jij bent immers vrij; jouw lot ligt in jouw handen en niet in dat van een ander.

Vrijheid als bevrijding

Die gedachte van zelfontplooiing komt volgens Cederström uit de jaren zestig en zeventig en het is een bevrijdingsgedachte. Een bevrijding uit een tijd waarin vrouwen achter het aanrecht hoorden en mannen voor het inkomen moesten zorgen, vaak in repetitieve banen in de industrie of de handel. Het was een bevrijding uit burgerlijkheid, familieleven, en in zuilen opgelegd fatsoen.

Onderscheiden
Authentiek zijn
Genieten
Onafhankelijk zijn
Verantwoordelijk zijn voor je eigen leven

Onderscheiden, authentiek zijn, genieten, onafhankelijk en verantwoordelijk zijn voor je eigen leven…

Voel ze gewoon even die woorden: Onderscheiden, authentiek zijn, genieten, onafhankelijk en verantwoordelijk zijn voor je eigen leven… Dat is bevrijding bij uitstek! Het voelt als vrijheid. En de kleinburgerlijke jaren vijftig en zestig die voelen juist als knechting.

Contactloze vrijheid

Toch constateert Cederström dat dat wat wij sinds de jaren zestig als bevrijding voelen, helemaal niet meer zo bevrijdend is. Want tegenwoordig is je onderscheiden, is authentiek zijn, is genieten, is onafhankelijk zijn geen vrije keuze meer. Het is niet meer iets waarmee je je losmaakt. Nee, het is een must geworden: je móet je onderscheiden. Je móet authentiek zijn. Je móet genieten. Je móet onafhankelijk zijn. En de enige manier om dat te bereiken is dat je zorgt dat het om jou draait.

Ik ben het centrum van de wereld.
Ik moet ervoor zorgen dat ik me onderscheid.
Ik moet ervoor zorgen dat ik authentiek ben.
Ik moet ervoor zorgen dat ik geniet.
Ik moet ervoor zorgen dat ik onafhankelijk ben en dat anderen irrelevant zijn voor mij.
Ik-ik-ik, los van elk contact met anderen.

Contactloos, en dan…?

In de NRC van vorige weekend stond een interview met Mari Sanders, een filmmaker die vanuit zijn rolstoel een drieluik maakte over hoe het is om als gehandicapte in Europa te leven. Hij beschrijft in dit interview (en ongetwijfeld ook in een van de afleveringen) hoe kinderen met onder meer zijn aandoening in Griekenland in een bed worden vastgebonden. Op zichzelf teruggeworpen, los van elk contact met anderen. Geen knuffels, geen genegenheid. Vastgebonden in een bed. Geen echte interactie met mensen. Kinderen die dat basale menselijke contact missen, zijn op zichzelf teruggeworpen. En ze gaan zichzelf slaan en bijten. Want iedereen zoekt genegenheid, iedereen zoekt aanraking, iedereen zoekt contact. En met jezelf alleen red je het niet.

Met alleen jezelf red je het niet

Contact en zelfontplooiing als tegenpolen

Maar – en daar wordt het lastig – contact, echt contact staat op gespannen voet met het zelf verantwoordelijk zijn voor dat jij anders bent. Het staat op gespannen voet met dat jij authentiek jezelf moet zijn en jezelf moet vinden. Het staat op uiterst gespannen voet met onhankelijk zijn, met ik-ik-ik.

En doordat het zo op gespannen voet staat, ontstaat innerlijke spanning en daardoor staat het weer op gespannen voet met genieten.

Niet voor niets is het bezoeken van een therapeut gemeengoed geworden. En niet voor niets worden milennials (die rond de eeuwwisseling hun puberteit doormaakten en volledig in deze tijd van opgelegde en verplichte vrijheid bewust zijn geworden) ook wel de ik-ik-ik-generatie of zelfs de narcistische generatie genoemd. En narcisme staat in de DSM-5 als persoonlijkheidsstoornis (American Psychiatric Association en Kernberg, Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5 (5th ed.), Washington [etc.], 2013, pp. 645, 669–72).

Baudet, Houellebecq en het gelukshormoon

Cederström zoekt naar een nieuwe invulling van geluk, waarbij hij die absolute vrijheid loslaat. En in die zoektocht staat hij niet alleen. Deze week – en het werd een van de bases onder het onverwacht lage succes van Forum voor Democratie bij de Europese verkiezingen – kwam een artikel van Thierry Baudet in het nieuws (en bijvoorbeeld hier en hier). Het was een recensie van het nieuwe boek van Michel Houellebecq: Sérotonine (2019). En ondanks alle kritiek op Baudet en zijn Forum heb, dit was best een goed artikel.

Baudet beschrijft hoe de roman van Houellebecq vraagtekens zet bij het individualisme van deze tijd. De vrijheden en geneugten van het individualisme – of het nou het alles kunnen kopen is, of ongebreideld beschikbare seks op de Thaise stranden – ze beklijfen niet. Ze maken eventjes gelukkig, laten even de serotonine in ons brein opflakkeren en dan is het geluk weer weg.

Unhappy liberation

So yes, schrijft Baudet, the modern world brought liberation. But this liberation has not made us happy. Instead, it has left our lives empty, without purpose, and, above all, extremely lonely. Existential connections have become almost impossible since few are genuinely prepared to sacrifice short-term pleasure for the commitment required to establish a deep mutual connection. Television, internet, and pornography have replaced organic social intercourse and physical intimacy. As more options open up each day, our hearts close to the possibility of real human warmth.

Hoe meer vrijheden, hoe minder warm en menselijk contact we hebben

Oftewel: hoe meer mogelijkheden en vrijheden we ontdekken en onszelf veroorloven, hoe minder warm en menselijk contact we hebben.

Dat vind ik wel een goede analyse.

Daarna gaat Baudet de fout in. Hij gaat de vrouw achter het aanrecht, met als enige opdracht het huishouden en het opvoeden van kinderen, en al die andere quotes die de media gehaald hebben, vereenzelvigen met deep mutual connection, en dat is natuurlijk niet zo. Dat zijn de politieke statements waar Baudet de roman van Houellebecq voor misbruikt.

Vrijheid, een contactloze depressie

Wat wel zo is, is dat Houellebecq questions the sacred trinity of the modern worldview. As we once worshipped the Father, the Son, and the Holy Ghost, we today venerate liberty, equality, and fraternity. And Houellebecq proposes that this new trinity falls short—that the very idea that we should be trying to pursue individual happiness is itself flawed. Getting what we want does not make us happy; it actually makes us unhappy. (…) In Houellebecq’s view, the very philosophical concept of “the individual self” is wrong. For without the ability to define ourselves in an unbreakable connection with our surroundings, there is nothing for us to derive meaning from and we end up depressed. Thus, the freest people who have ever lived have also come to live the least meaningful lives. The more we “liberate” ourselves from our social ties, the more we become the slaves of our own distorted self-image.

Oftewel: nadruk op de vrijheid van het individu, zonder connectie met anderen is garantie voor ongeluk en depressie.

De Ander

En terwijl ik deze week over het strand liep, bedacht ik dat er nog een ander facet aan dat nastreven van complete vrijheid zit. Want wie complete vrijheid nastreeft, zal altijd een ander knechten.

Een strandwandeling

Het werd heel concreet in wat ik daar op dat strand tussen Wijk aan Zee en Heemskerk waarnam.

Daar in de zee, halverwege beide badplaatsen ligt het wrak van het schip De Vrijheit. Het steekt nog een beetje boven het water uit en bij laag water kun je er zo naartoe zwemmen, hoewel dat misschien niet zo veilig is.

Op dezelfde plek begint het naaktstrand – een erfenis uit de jaren ’60-’70 en symbool van de toen gevonden vrijheid en zelfontplooiing. Tegenwoordig basically enkele individuele oudere mannen die op mooie dagen (zoals die dag) van hun naakte vrijheid komen genieten.

En ook op dezelfde plek verzamelt zich elke dag opnieuw de paragliders: ook een groepje vaak oudere mensen, dat de vrijheid van het zweven tussen hemel en aarde komt beleven.

En tegelijk met al die anderen liep ik daar op dezelfde plek te genieten van de vrijheid dat ik een stevige strandwandeling kon maken.

Alle vier: schip, naaktrecreanten, paragliders en strandwandelaars genieten van hun vrijheid.

Wie complete vrijheid nastreeft, zal altijd een ander knechten

Grenzen aan vrijheid

Maar wie volledige vrijheid nastreeft zal altijd een ander knechten.

Alle vier zitten ze elkaar in de weg. Het schip De Vrijheit verhindert ongehinderd zwemmen. De naaktrecreanten verhinderen de wandelaars en paragliders om, ongehinderd door bloot, om zich heen te kijken: steeds weer is er een moment dat ze zich genoodzaakt voelen om hun hoofd af te wenden. En de wandelaar en paragliders verhinderen de naakrecreanten om ongehinderd naakt te zijn, want steeds is er weer een gekleed persoon dat misschien wel kijkt.

Zodra één van deze vier op zijn strepen gaat staan, zal een ander moeten wijken.

Vrijheid in gelijkwaardigheid

Wie volledige vrijheid nastreeft, zal altijd een ander knechten.

Dat doen ze dus ook niet. Geen van die vier streeft volledige vrijheid na. Ze zijn zich er alle vier van bewust dat ze een ander tot last zijn. Maar ze zijn zich er ook alle vier van bewust dat anderen hen in hun waarde laten en laten zijn wie ze zijn. Alle vier zijn ze zich bewust van het recht dat de ander heeft op vrijheid. Alle vier streven ze heel informeel een Win-Win-situatie na.

Maar zodra één van hen het belang van het eigen ik voor alle andere belangen stelt, zal een Win-Verliessituatie ontstaat, worden afspraken geformaliseerd en ontzegt één partij in zijn streven naar volledige vrijheid de andere partijen het recht op vrijheid.

Wie volledige vrijheid nastreeft, zal altijd een ander knechten. Wie volledig het ideaal van zelfontplooiing nastreeft zal altijd een ander knechten. Wie zich totaal identificeert met de ik-ik-ik-generatie, met de narcistische generatie, kan niet anders dan de ander knechten.

Verbonden vrijheid

Het individu als onderdeel van een groter geheel

Vrijheid en zelfontplooiing als onderdeel van geluk kunnen alleen ontstaan in de verbinding met anderen. Het is waar Houellebecq op wijst, het is waar Cederström op wijst. En beiden komen uit bij iets dat bijna religieus is.

Houellebecq argues that we will always conceive of ourselves in terms of a metaphysical purpose. (…) the comforting conviction that we are not alone, the idea that we are part of a greater plan and that a fatherly figure is watching over us, may well be necessary to accept the existential shortcomings of ourselves and those around us. Yet to recommit ourselves to the embedded life rests on a leap of faith which, according to Houellebecq, simply is no longer tenable in today’s scientific age. This is the tragedy that has befallen us. (Baudet)

Oftewel: hoewel religies volgens Houellebecq hebben afgedaan, kunnen we niet anders dan onszelf zien als onderdeel van een groter, metafysisch geheel.

Vrijheid en geluk: gunnen in plaats van eisen

En Cederström zegt (Flow 4 – 2019, 52-53):

Ik denk dat we een beetje moe zijn geworden van onze persoonlijke jacht op geluk en het individuele geluksideaal. Volgens mij hebben we behoefte aan een geluksbeeld dat meer van ons samen is. En we hebben een opvatting van geluk nodig die laat zien dat het uiteindelijk onze ambitie is om te leven in een wereld waarin we geloven en willen zijn.

Geluk is nauw verbonden met allerlei morele vragen. Waarom zouden we niet wat meer nadenken over een aardigere, socialere wereld en over vragen als wat het betekent om goed te zijn en goed te doen? En het is ook goed om je te realiseren dat we zó enorm afhankelijk zijn van anderen. En dat vrijgevigheid en vriendelijkheid zich per definitie zouden moeten uitstrekken naar mensen die je niet kent. Verder denk ik dat het ook een opluchting kan zijn als je af en toe even boven jezelf kunt uitstijgen en niet de hele tijd hoeft na te denken over de vraag of je wel gelukkig bent of niet.

Vrijheid gaat om ruimte geven aan anderen

Kortom, denk ik dan: vrijheid gaat misschien wel niet om ruimte vragen voor onszelf – om ruimte eisen – maar om ruimte geven aan anderen. Vrijheid gaat over het denken aan toekomstige generaties en hoe we de aarde aan hen nalaten. Vrijheid gaat over het zoeken van verbinding in gemeenschappelijke zorgen, bijvoorbeeld om het klimaat. Vrijheid gaat over het samen met alle religies en achtergronden in deze buurt zijn. Het gaat over de maaltijd waar we deze maand mee begonnen: met invloeden van alle kanten, en waarbij wij bewust achterwege lieten om meteen aan het begin al het brood te breken zoals we gewoon zijn: op die manier gaven we anderen de kans om bij ons aan te sluiten. Vrijheid gaat veel meer over social ties, over dat wat ons bindt, dan we op het eerste gezicht geneigd zijn te denken en dan waar we ons een groot deel van deze maand in geoefend hebben.

En pas als je zo ruimte geeft aan anderen, in plaats van ruimte vragen voor jezelf, pas als je je zo aan anderen verbindt, zonder te eisen dat anderen exact dat doen dat in jouw straatje past, pas dan kunnen de formele regeltjes tot een minimum beperkt blijven, en hebben we geen zwaardere last nodig dan de onvermijdelijke. Pas dan ontstaat ruimte voor wederzijds geluk.

Vragen

Het enige dat ik me nog afvraag is dit:

  1. Hoe doe ik die transitie in een wereld waar anderen nog steeds de vrijheid van ik-ik-ik nastreven: hoe zorg ik dat mijn eigen vrijheid niet volledig ondergesneeuwd raakt door het geëiste eigenbelang van anderen?
  2. Hoe doe ik die transitie terwijl ikzelf als kind van mijn tijd ook een klap van die ik-ik-ik-molen heb meegekregen?

Cover: Mohamed Nohassi op Unsplash