Tussen hoop en vrees of andersom?

Tien uur ’s avonds, de zaterdag voor Pasen. In het geïmproviseerde vluchtelingenkamp in Idomeni zit ik bij een vuurtje. Af en toe waait de rook mijn kant op – van ons vuurtje of dat van een van de vele andere. Het stinkt. Niet naar hout, maar naar plastic en al het andere dat erin verbrandt wordt. Dat kan niet anders, is zelfs een noodzakelijk kwaad…

Het is koud hier. De nachttemperaturen liggen net boven het vriespunt en iedereen slaapt in tentjes: de meeste mensen (net als wij) in goedkope Quetcha’s van de Decathlon. Truien, winterjassen en door organisaties en grassroots hulpgroepen uitgedeelde dekens bieden dan nauwelijks soelaas. Natuurlijk zijn er bomen in de omgeving, maar met tussen de negen- en vijftienduizend mensen die hier noodgedwongen kamperen, worden dat er rap minder.

Wij zijn vandaag pas aangekomen en moeten nog wennen aan de aggregaten, de vele mensen, de schijnwerpers, de overvliegende politiehelicopters, de luidsprekers die met onregelmatige intervallen nieuwsberichten en namen van vermiste kinderen het terrein over laten schallen. En vooral: we moeten nog wennen aan de kou. De mensen die we hier treffen zijn hier al vele weken. Ze hebben storm en onweer doorstaan. Ze hebben plastic over hun tentjes moeten spannen. En ze hebben nog veel lagere temperaturen doorstaan. Je ziet dat aan alles. Kinderen rennen rond in een dikke trui. Mannen wandelen rond op slippertjes. Families kruipen in de avond bij elkaar rond een vuurtje en niet lang daarna samen onder de wol in hun tentje.

We zitten op de aarde die koud en vochtig optrekt en we realiseren ons dat we geluk hebben. We gingen hierheen om ons – net als eerder op Lesbos – te ontdekken hoe het is om als vluchteling in het Europa van nu te leven. Maar na een dag weten we al dat dat niet echt gaat lukken. Wij kunnen hier weg. Deze mensen kijken letterlijk aan tegen een dichte Europese grens. Onze vrienden die we op Lesbos ontmoetten leefden tussen vrees en hoop: ze vluchtten weg uit de vrees naar een hoopvolle toekomst. De mensen in Idomeni beginnen echter meer en meer hun hoop te verliezen en moeten vrezen dat dit het is: een leven in tentjes, als weerloze speelbal in de handen van de politici die hen niet willen.

Tussen vrees en hoop, dat konden we ons voorstellen en paste bij onze eigen levens waarin het allemaal steeds weer een beetje beter werd. Maar leven tussen verloren hoop en vrees voor een lege toekomst…

Laten we ons dan maar warmen aan een ongezond vuurtje en hopen dat deze nacht iets warmer zal zijn dan we verwachten. Wat kun je anders…