Athene: de stad waar Monopoly werkelijkheid wordt

De Guardian bericht deze nacht met een pushbericht: “Greek MP’s pass austerity bill” (Griekse parlementsleden stemmen in met soberheidswet). En terwijl dat gebeurt laat één gedachte mij maar niet los – een gedachte die ik al sinds het einde van ons Lesbos-avontuur bij me draag…

Hoe anderen het doen, weet ik niet, maar Monopoly winnen, lukt mij zelden. Recent vond ik nog de uitweg van de fusie (die stond niet in de spelregels, maar werd door mijn medespelers als zo briljant ervaren dat het werd toegelaten). Maar meestal moet ik mijn toevlucht nemen tot schuldbekentenissen, en van daaruit langzaam mijn volledig uitgeklede bezittingen verkopen.

Aan het einde van onze Lesbos-reis bracht Alexandros ons van boot naar vliegveld. En omdat we tijd overhadden deed hij een kleine detour langs Atheense highlights. En sinds die rondrit laat die gedachte aan Monopoly me maar niet los.

Het begon al in de haven van Piraeus. Daar haalde Alexandros ons van de boot. We spraken waarderende woorden over de haven, maar hij onderbrak ons: “not ours, we sold it”. Dan op weg over een snelweg, al snel kwamen we tolpoortjes tegen, slimme zet van de Griekse regering, zo dachten we. Maar weer de opmerking van Alexandros: “not ours, we sold it”. En zo ging het door. Elke keer wanneer we dachten dat we langs iets kwamen waar de Griekse regering het noodzakelijke geld mee zou kunnen verdienen, kwam Alexandros met zijn standaard opmerking: “not ours, we sold it”, of in een enkel geval: “we’re trying to sell it”.

Voor mij was deze korte autorit tussen haven en vliegveld een eye-opener. Ik wist niet dat er in Griekenland al zoveel verkocht was aan private partijen. Eigendommen van de staat, waarvan de staat rechtstreeks de inkomsten zou kunnen opeisen, waren er nauwelijks meer (behalve misschien de monumenten, maar door alle restauratiekosten moet daar eerder geld bij).

Nu is er natuurlijk wel een verschil tussen Monopoly en een land. Als ik in Monopoly bezittingen moet verkopen, gaat dat altijd inclusief de grond, ben ik het echt kwijt en kan ik geen belastingen meer heffen op de inkomsten van de nieuwe eigenaar. Dat is vooralsnog voor de Grieken anders. Griekenland kan zijn haven prima verkopen, maar behoudt het recht om belasting te heffen op de inkomsten van de haven en op roerende en onroerende goederen.

Maar in de neo-liberale markteconomie zou ik niet blindelings op dat recht vertrouwen. Een beetje slimme koper, koopt die belastingen af, en een beetje slimme schuldeiser legt beslag op de belastingstroom. Kan dat? Ik zou er in elk geval niet op durven gokken dat het niet kan.

Ooit zong Kinderen voor Kinderen in een politiek-kritische bui al samen met Youp van ’t Hek:

“Alles is te koop, het is alleen een kwestie van betalen, zeker als je geld hebt, en het liefst een hele hoop”.

Ik mag voor Griekenland hopen dat het niet zover komt, maar je weet het nooit.

Aan het einde van het liedje volgt trouwens ook een prima tip om te bezuinigen: niet alles kopen wat je zou willen hebben, maar juist genieten van de schoonheid van natuur en de mensen om je heen – beslist een aanrader, en niet alleen voor de Grieken.


Foto: CC BY Mike Fleming on Flickr.com