De kleine helden van Lesbos

Stel je voor, je bent acht, en je moet vluchten. Eerst over zee in een gammel bootje, dan 70 kilometer lopen, en als je denkt dat je er bent, ben je er nog niet. Ik weet niet of ik het vol zou kunnen houden. Ik weet niet of de kinderen die ik in Nederland ken het volhouden. En toch doen Taliq, Ahmad, Heia, Sheima, Mustafa en die talloze andere kinderen het, elke dag weer. Onvoorstelbaar!

Vluchten is hard werken. Voor volwassenen, maar voor kinderen nog vele malen meer. Vluchten betekent voor kinderen bijvoorbeeld dat je op de bodem van een brakke rubberboot moet zitten, en dat je met elke golf die overkomt weer een stukje doorweekter raakt. Vluchten betekent voor kinderen ook dat er geen uitzonderingen voor je worden gemaakt. In de boot kun je misschien nog met korting mee, maar op een eiland als Lesbos moet je ook gewoon 70 kilometer lopen, net als de volwassenen – of je nou 0 bent, 3, 8 of 12. En toch: ik heb geen kind zien klagen! Niet over de warmte, niet over de afstand, niet over vermoeide voeten of over dorst. Integendeel! Juist de kinderen gingen er vol voor.

wpid-20150707_125120.jpgNeem nou Mustafa. Hij is 12 en samen met zijn grote broer en diens vrienden is hij op reis. Mustafa is stoer. Maar dat voorkomt niet dat ook Mustafa kletsnat is geworden in de boot. In de droge-kinderkleren-koffer van Eric en Philippa heeft hij een helder blauw overhemd gevonden. Het past hem precies. Terwijl hij de laatste knoopjes dichtmaakt, zie ik hoe hij zichzelf keurt: ja, dit staat goed, hiermee kan ik wel op pad. Later komen we Mustafa weer tegen. Hij zit met zijn broers en diens vrienden te rusten onder een boom. Maar zodra hij ons Hollandi ontwaart, veert hij op. Hij schudt ons de hand en trekt de mannen mee. Mustafa spreekt geen woord Nederlands. Maar dat geeft niet. Hij maakt selfies bij de vleet en je ziet hoe hij geniet van dit nieuwe gebied waar hij doorheen mag lopen. Zijn broer mag trots zijn op zo’n broertje, en andersom.

wpid-img-20150707-wa0011.jpgOf neem de tweeling Ahmad en Taliq. Ze zijn samen met hun alleenstaande moeder en het gezinnetje van de vriendin van hun moeder op reis. Zij staan nog maar nauwelijks op het strand van Eftalou, of ze rennen alweer terug de golven in, alsof ze niets voelen van de straffe wind die er staat. Natuurlijk worden ze teruggeroepen, en krijgen ze net als de meisjes Heia en Sheima een warmtedeken om. Maar dat is niets voor deze jongens: zij moeten rennen, en gebruiken hun glimmend zilveren deken al snel als vlieger. We wandelen lange tijd met hun op: Rikko met Heia op de arm, ik met Sheima en Taliq aan de hand, de iets grotere en sterkere Ahmad eromheen als stoere hulp voor zijn moeder. Het is goed dat we een lift voor ze kunnen regelen (en ook een beetje een wonder).

Later zijn Rikko en ik bij toeval bij het kamp als ze horen dat ze naar Athene mogen. Iedereen is door het dolle heen. De moeders proberen in hun minimale Engels wat over zichzelf te vertellen. De jongens en meisjes klimmen en klauteren op ons. Sheima doet me een schoolpleindansje voor. Natuurlijk moet ik meedoen, maar volgens de jongens bak ik er niets van. Zij laten ons liever zien hoe ze soldaatje spelen – confronterend voor ons, want precies de gebaren die wij van IS kennen – maar zij doen het gelukkig met dezelfde grote glimlach als waarmee ik ooit soldaatje speelde. Na uitgebreid foto’s maken nemen we afscheid. En sindsdien hoop en bid ik dat de rest van hun reis niet al te zwaar zal zijn. Maar de wijze waarop Europa (ook dit soort échte vluchtelingen) een welkom bereidt, voorspelt weinig goeds.

imageEn zo kan ik doorgaan: de kleine Omit die niet kan stoppen met klappertanden als hij op het strand staat. En natuurlijk zijn zusje, zijn moeder en zijn lieve en trotse vader die o zo realistisch is: ik weet niet waar ik nu heen ga, ik weet alleen wat ik achterlaat, en dat is goed. Een man die het goed had, die waarschijnlijk nooit over emigreren had nagedacht, maar die zich nu realiseert dat zijn eigen land (Syrië) te gevaarlijk en te onzeker is geworden en die zijn kinderen dat niet aan wil doen. Wat hoop ik dat Europa voor hen niet slechter blijkt dan hun moederland is geworden.

image

Of het hele kleine lachebekje in het speciale-gevallen-kampje in Pipka. Een paar maanden nog maar, maar in staat om constant de aandacht op zich te vestigen met haar aanstekelijke lach. Ik hoor het Rikko nog zeggen: “Oh, you bring so much joy to this camp”, waarna zij haar tongetje naar hem uitsteekt en opnieuw begint te schaterlachen.

Kinderen zijn een grote zorg voor ouders op de vlucht, maar ze voelen feilloos aan wat er van ze verwacht wordt: ze zijn alert als ze alert moeten zijn, dapper als ze dapper moeten zijn, stoer als er stoerheid van ze verwacht wordt. Ze lopen door als ze door moeten lopen en zwijgen als stil zijn beter is. En ondertussen genieten ze en maken ze grappen en sfeer op elk moment dat er ruimte voor is. Zij zijn voor mij de échte grote kleine helden van Lesbos!


De namen van de vluchtelingen in dit artikel zijn gewijzigd.

Laatste foto: (c) Linda Zwart, alle rechten voorbehouden.
Voorlaatste foto: (c) Narda Beunders, alle rechten voorbehouden.